Wolkers' fragmenten







Biografie / Bibliografie
BiografieënNaar boven
Er zijn inmiddels verschillende boeken verschenen over Jan Wolkers met een min of meer bio- respectievelijk bibliografisch karakter (zie hieronder). Leidenaar Onno Blom, literair journalist en publicist, gaat de echte biografie van schrijver, schilder en beeldhouwer Jan Wolkers schrijven. Blom krijgt hierbij de volledige medewerking van Karina Wolkers en heeft exclusieve toegang tot zijn persoonlijk archief. De Bezige Bij verwacht de biografie in 2012 te kunnen publiceren. Blom is zeer verguld dat hij de geautoriseerde biografie mag schrijven.

De onstuimige spelbreker – Jan Wolkers gefotografeerd door Koos Breukel
Eerste druk, 2007, paperback, Veenman Publishers, ISBN 978-90-8690-156-2

Een wake voor Jan Wolkers (Oleg Zobern)
Eerste druk, 2008, paperback, Uitgeverij Douane, ISBN 978-90-72247-13-1

Foto (Coen Verbraak en Steye Raviez)
Eerste druk, maart 2007, De Bezige Bij, ISBN 978-90-234-2535-9

Jan Wolkers - De Rubens van de literatuur (Hans Dütting)
Eerste druk, 2008, paperback, Uitgeverij Aspekt, ISBN 978-90-5911-643-6

Jan Wolkers - Hommage aan een dubbeltalent
Eerste druk, 2006, gebonden, De Zonnehof / Uitgeverij Optima, ISBN 90-76940-36-6

Terug naar Oegstgeest – Herinneringen aan Jan Wolkers
Eerste druk, december 2007, paperback

Tijd bestaat niet - Leven en werk van Jan Wolkers (Murk Salverda en Erna Staal)
Eerste druk, april 1996, paperback, De Bezige Bij, ISBN 90-234-3563-X
Tweede herziene druk, mei 1996, paperback, De Bezige Bij
Derde uitgebreide druk, 2000, paperback, De Bezige Bij, ISBN 90-234-7024-9
Vierde druk, 2002, paperback, De Bezige Bij, ISBN 90-234-7024-9
Vijfde druk, paperback, De Bezige Bij, ISBN 978-90-234-7024-3

Zo is het genoeg - Het laatste jaar van Jan Wolkers (Onno Blom)
Eerste druk, februari 2008, gebonden, De Bezige Bij, ISBN 978-90-234-2874-9
Tweede druk, maart 2008, gebonden, De Bezige Bij, ISBN 978-90-234-2874-9
Derde druk, maart 2008, gebonden, De Bezige Bij, ISBN 978-90-234-2874-9

Oegstgeest / Leiden / ParijsNaar boven
De bronnen voor deze biografie/bibliografie zijn het lespakket Jan Wolkers: De onverbiddelijke tijd van het Letterkundig Museum Den Haag, het artikel van Margreet Kooiman in het blad Dossier van Grote Lijsters en uit eigen archiefmateriaal.

Ooit werden zijn boeken op middelbare scholen geboycot en liepen lezingen soms uit op relletjes. Maar later veranderde dat helemaal en werd Jan Wolkers een graag geziene gast in televisieprogramma’s. Zelfs zijn geboortedorp is hem gaan waarderen, aldus de schrijver: ‘In Oegstgeest hebben ze zonder mijn toestemming te vragen zelfs een straat naar mij genoemd. En die boycot… Ach, mijn boeken waren gewoon te goed voor de scholen! Je ziet dat vaker in de literatuur.’

Jan Wolkers werd op 26 oktober 1925 geboren in Oegstgeest en overleed 19 oktober 2007 op Texel. Hij was het derde kind in het gezin dat in totaal elf kinderen telde. Zijn vader had vóór de Tweede Wereldoorlog een kruidenierszaak, maar de winkel liep slecht, zodat hij er een hele toer aan had om zijn gezin te onderhouden.

Toen de kleine Jan een half jaar oud was, kreeg hij bronchitis. Zijn ouders probeerden hem daarvan te genezen, door de tuit van een keteltje kokend water tussen de gordijnen van de wieg te steken, in de hoop dat de stoom het slijm los zou maken. Op een gegeven moment schoot het soldeerlood echter los uit de tuit van het keteltje. Jan hield er een lelijk litteken aan over bij zijn slaap, dat steeds weer te voorschijn komt als zijn haren worden geknipt.

Na de lagere school ging Wolkers naar de mulo, maar toen zijn kerstrapport erg slecht was, moest hij van school om mee te helpen in de winkel. Daarna had hij diverse baantjes, waaronder dierenverzorger in een laboratorium van de Leidse universiteit, tuinverzorger bij een miljonair en landschapsschilder.

In 1943 dook Jan onder en verhuisde naar Leiden, waar hij geld verdiende met het beschilderen van lampenkappen. Hij nam er ook teken- en schilderslessen aan de Leidse Schilderacademie. In die tijd volgde hij typelesssen bij Pont in Leiden en behaalde hij zijn enig verkregen diploma. Om Nederland te ontvluchten vertoefde Jan kort na de bevrijding enige tijd in Parijs. Na de oorlog zette Wolkers zijn opleiding als beeldend kunstenaar voort. Eerst in Den Haag, daarna in Amsterdam waar hij tot 1953 aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten studeerde.
Van 15 juli tot 14 augustus 1954 volgde Jan een verdere studie aan de Internationale Sommerakademie für bildende Kunst te Salzburg, die het jaar ervoor door Oskar Kokoschka was opgericht. De beurs hiervoor ontving hij van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Hij kreeg les van de Italiaanse beeldhouwer Giacomo Manzù. In 1957 ontving hij van de Franse regering een beurs om in Parijs bij de beroemde beeldhouwer Zadkine te studeren.

Start literair werkNaar boven
Toen Wolkers in Parijs woonde, begon hij verhalen te schrijven. In 1961 debuteerde Jan op 36-jarige leeftijd bij uitgeverij Heijnis te Zaandam in de Gard Sivikreeks met de verhalenbundel Serpentina’s petticoat (oplage 800 ex.). De bundel dankt zijn titel aan het verhaal waarin Wolkers’ zuster Serpentina een stuk van het doodskleed van een oom afknipt om er een onderjurk van te maken. Publieke reacties bleven uit. Een jaar later verscheen bij uitgeverij Meulenhoff Kort Amerikaans, enkele maanden later gevolgd door een herdruk van Serpentina’s petticoat als Meulenhoff pocket. Vanaf dat moment erkenden collega’s en critici Wolkers als een groot talent. Gerenommeerde tijdschriften en uitgevers vochten om zijn werk. Herdruk volgde op herdruk.
In de eerste publicaties vallen al meteen kenmerken op, die ook het latere werk van Wolkers zullen bepalen: een ongegeneerde aandacht voor primaire lichamelijke processen (seksualiteit, verval en dood, spijsvertering), een wrange humor, drukkende gezinsomstandigheden, scherpe waarneming van natuurverschijnselen, een sterke band met dieren, veel ruimte voor gevoelens van eenzaamheid en gekwetsheid en een onomwonden autobiografische basis van de verhalen.
Na de publicatie van Kort Amerikaans kreeg Wolkers’ uitgeverij Meulenhoff veel brieven van lezers met het verzoek deze ‘vuilbek’ te ontslaan. Dit bleken echter uitzonderingen, want binnen een jaar gingen er tien drukken van het boek over de toonbank. Het verhaal in Kort Amerikaans speelt zich af in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog en gaat over de student Erik van Poelgeest, die in Leiden is ondergedoken en zich daar inschrijft aan een kunstacademie. Als zijn vriendin hem daar betrapt op ‘overspel’ met een gipsen tors van een vrouwenfiguur, vermoordt hij haar. Ook met Erik loopt het niet goed af.

Na Serpentina’s petticoat en Kort Amerikaans volgden in snel tempo de verhalenbundels Gesponnen suiker (1963), De hond met de blauwe tong (1964) en de roman Terug naar Oegstgeest (1965). Alle gaan terug naar Wolkers’ wortels in Oegstgeest en Leiden tussen 1925 en 1950, naar een jeugd die gekarakteriseerd wordt door een dominante vader en een sussende moeder, door een bijbelvast gereformeerd gezin van tien kinderen, door de gekkenhuizen in de buurt van de ouderlijke woning en het faillissement van de winkel van zijn vader, door crisis, oorlog en armoede, door de dood van de geliefde oudste broer, zijn jongste zusje en zijn dochtertje Eva.
De romans en verhalen steunen wel op Wolkers’ autobiografie, maar zijn geen autobiografie noch delen ervan. De bouwstenen – afkomstig uit een krachtig geheugen en geladen met emotie – worden door de auteur gerangschikt en aangevuld tot een harmonische en sluitende vorm, die men in het werkelijke leven niet aantreft. Bij het componeren van zijn literaire werk fuseert de auteur niet alleen feiten, die afkomstig zijn van diverse plaatsen en tijden en personen, maar voegt hij ook verzinsels toe.
In de jaren zestig veroorzaakte een deel van Wolkers’ werk schandaal. Bij het voorlezen van Kunstfruit bij voorbeeld, liepen mensen weg omdat Wolkers ‘de grens van het toelaatbare met betrekking tot de openbare orde en goede zeden verre overschreed.’ Veel van zijn werk vond men in de vroege jaren zestig bovendien te neerslachtig en te negatief. Terug naar Oegstgeest, een roman waarin Wolkers acht hoofdstukken met jeugdherinneringen afwisselt met acht verslagen van bezoeken aan de plekken van de jeugd twintig jaar later, werd daarentegen unaniem geprezen als een ontroerend meesterwerk en een hoogtepunt uit de naoorlogse literatuur. Het is een van Wolkers’ mooiste boeken. De roman bevat herinneringen van de schrijver aan zijn jeugd en aan de tijd dat hij als dierenverzorger en tuinjongen zijn eerste geld verdiende. Uit de verhalen blijkt niet alleen Wolkers’ wreedheid tegenover dieren (veroorzaakt door het verlangen naar macht), maar vooral ook zijn grote zorg en liefde voor de schepsels. Naast Wolkers’ streng gelovige vader, voor wie hij als kind erg bang was, speelt, net als zijn in 1944 overleden oudste broer Gerrit, die hij enorm bewonderde en met wie hij veel optrok, een belangrijke rol in Terug naar Oegstgeest.

Terug naar Oegstgeest is in vier talen vertaald, evenals Een roos van vlees. Turks fruit verscheen in tien talen. Elf titels van Wolkers werden in het Zweeds gepubliceerd, vier in het Duits en drie in het Engels.

De doodNaar boven
Een groot deel van Wolkers’ werk is op te vatten als een vorm van rouwverwerking. Veel passages in Kort Amerikaans (1962) en elders gaan over de dood van zijn oudste broer op 30 augustus 1944 – Wolkers was toen achttien – en het verdriet daarover. Turks fruit (1969) is de neerslag van een depressie, die volgde op de beëindiging van een gepassioneerde relatie. Een roos van vlees (1963) is een treurige, autobiografische verhaal, een uitdrukking van gevoelens van schuld, neerslachtigheid en troosteloosheid, van lichamelijk en psychisch lijden, veroorzaakt door de dood van een dochtertje ten gevolge van een huiselijk ongeluk en de daaropvolgende echtscheiding. In datzelfde jaar leerde Wolkers zijn huidige vrouw Karina Gnirrep kennen, die hem toen als zeventienjarige kwam interviewen en niet meer wegging. Ze trouwden overigens pas in 1981. Eerder was Wolkers al twee keer getrouwd geweest; uit zijn eerste huwelijk heeft hij twee zonen, Eric en Jeroen.
In 1979 verscheen De doodshoofdvlinder en in 1982 De junival. De doodshoofdvlinder is een roman naar aanleiding van de dood van de vader, een nieuw ‘Terug naar Oegstgeest’, met een aantal satirische scènes over de familie rond het vaderlijke doodsbed. De hoofdpersoon is door de dood van zijn verwekker een poos zijn gevoel voor richting kwijt en wordt zelf ook even met de dood bedreigd door een auto-ongeluk. Hij blijft echter ongedeerd. De vrouw in de andere auto wordt wel gewond, maar kan aan het slot van het boek haar gewone leven hervatten. Een dergelijk contrapunt – vader gaat dood, vrouw blijft leven – is in Wolkers’ werk als compositiemethode heel gewoon.
Nog minder zwaar van toon dan De doodshoofdvlinder is De junival, een roman zowel naar aanleiding van de dood van de moeder als van die van de meest geliefde kat. In dertig hoofdstukken worden herinneringen aan de moeder afgewisseld met die aan de kat, waarbij ze door allerlei associaties met elkaar worden verbonden. Een dergelijk procédé past Wolkers ook elders graag toe. Er is een verlangen naar vereenzelviging met de moeder en met de kat. Het boek is een poging om ze te ontrukken aan de vergetelheid, om de dood een ogenblik op te heffen.
Het behoort tot Wolkers’ methode om zich bij het schrijven van zijn romans letterlijk te laten inspireren door voorwerpen uit het verleden, die een emotionele of symbolische lading hebben en die dienen als inspiratiebron en soms ook een rol spelen als leidmotief. Dat kunnen oude foto’s zijn of brieven of krantenberichten. Maar ook een zakmesje van de vader of een pakje Tigrasigaretten, zoals in De doodshoofdvlinder. Of een tekening, een blikje tonijn of een kattendrol, zoals in De junival. Dergelijke voorwerpen roepen emoties en herinneringen op. Vanzelfsprekend ontleent Wolkers ook veel stof aan de dagboeken, die hij sinds decennia bijhoudt.
Voor de eerste drukken van Een roos van vlees en De doodshoofdvlinder ontwierp Wolkers’ jeugdvriend Jan Vermeulen ‘als een rouwbrief’ het omslag en de band. Vanaf Kort Amerikaans tot aan zijn dood in 1985 zou Vermeulen vrijwel alle, karakteristieke omslagen van Wolkers’ boeken ontwerpen.

ToneelNaar boven
In zijn eerste, zeer productieve jaren als auteur publiceerde Wolkers ook twee toneelstukken, In 1963 verschenen zowel Wegens sterfgeval gesloten – commedia della morte als De Babel. Het eerste stuk speelt op een kerkhof op de dag des oordeels en is geschreven in de traditie van de dialoog tussen de doodgravers in Hamlet van Shakespeare, maar evenzeer geïnspireerd door Wolkers’ oom Hendrik. Zelfs in 2001 is het stuk nog door twee verschillende toneelgezelschappen opgevoerd. Het tweede is een absurdistisch stuk, zoals dat in de jaren zestig in de mode was. Het speelt zich af in een ruimteschip, waarvan de kapitein op zoek is naar God, althans naar antwoord op de vraag of er meer is dan stof alleen, of dat de mens slechts stof is, verloren in de ruimte en niet geschikt voor de eeuwigheid. Deze problematiek bouwt voort op een gereformeerde opvoeding en wordt verwoord via een creatief gebruik van bijbelteksten.
Van Turks fruitwerd een twee uur durende monoloog opgevoerd; een solovoorstelling die in diverse grote theaters was te zien. Ten slotte werd de televisie-monoloog Het vuur naar een scenario van Jan Wolkers in januari 1994 uitgezonden.

Grootste succesNaar boven
Met de prachtige liefdesroman Turks fruit schreef Wolkers in 1969 zijn grootste succes. In het boek vertelt de ik-figuur, een beeldhouwer, over zijn liefde voor Olga, een roodharig meisje dat hij lieftend heeft ontmoet. Ze komt bij hem op zijn atelier in Amsterdam wonen en hun geluk lijkt volmaakt. Maar Olga blijkt niet tevreden met haar leven en gaat er op een dag vandoor met een zakenrelatie van haar ouders, de beeldhouwer wanhopig achterlatend. Na jaren ontmoeten ze elkaar weer – Olga is dan inmiddels voor de zoveelste keer getrouwd – maar ondanks de liefde die ze voor elkaar voelen, gaan ze niet verder met elkaar. Als Olga ten slotte ongeneeslijk ziek wordt, blijft de beeldhouwer haar als een van de weinige trouw in het ziekenhuis opzoeken.
Exemplaren van Turks fruit vlogen de winkels uit. Ongetwijfeld heeft de grote dosis seks in het boek daar veel mee te maken (volgens een Limburgse geestelijke is het boek zelf ‘ongeschikt voor ongetrouwde lezers’), maar verder was iedereen het erover eens dat dit een boek over de liefde is, zoals er in onze literatuur maar weinig zijn geschreven.

In 1973 werd Turks fruit verfilmd door Paul Verhoeven, met Rutger Hauer en Monique van de Ven in de hoofdrol. De film werd zelfs genomineerd voor een Oscar. Die kreeg het niet, wel werd Turks fruit in 1999 uitgeroepen tot de beste Nederlandse ‘Film van de eeuw’.
Naast Turks fruit werden nog vier van Wolkers’ romans verfilmd: drie in Nederland Kort Amerikaans, Terug naar Oegstgeest en Brandende liefde en één in Zweden Een roos van vlees. Van één van zijn verhalen, De wet op het kleinbedrijf werd een videoproductie gemaakt.

AffichesNaar boven
Vanaf de jaren zestig manifesteerde Wolkers zich als een kunstenaar die zeer betrokken was bij wat er in de maatschappij gebeurde. Hij nam stelling tegen het kapitalisme en het kolonialisme door onder andere verkiezingsaffiches te ontwerpen voor de Communistische Partij Nederland, omdat die partij zich verzette tegen de Amerikaanse Vietnam-politiek.

In 1978 ontwierp Jan Wolkers het anti-apartheid affiche voor de Boycot Outspan-demonstratie van Amnesty International, in Den Haag. De tekst luidde: Apartheid - apartheid.

Voor de PSP moest Jan de nodige soelaas bieden om de viering van het 30-jarig bestaan van de partij te kunnen betalen. In februari 1987 bood Jan de jubilerende Pacifistische Socialistische Partij belangeloos een exclusief affiche aan. Tegen betaling van 65 gulden konden liefhebbers het kunstwerk in handen krijgen. Als alle 200 gesigneerde posters werden verkocht, vloeide er 13.000 gulden in de PSP-kas. Voor mensen die 65 gulden te veel vonden, was er een alternatief in de vorm van een map kunstkaarten van een aantal bekende fotografen, cartonisten, schrijvers en dichters.

Op 4 januari 1994 presenteerde Wolkers zijn verkiezingsaffiche voor het ANC. De pers schreef dat Wolkers in november 1993 door ANC-leider Nelson Mandela werd gevraagd een affiche te maken voor de verkiezingen in Zuid-Afrika, die in april 1994 zouden worden gehouden. Het waren de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika, waaraan zowel blank als zwart konden meedoen. Wolkers voelde zich vereert en deed de opdracht gratis. 'Ik heb een grenzeloze bewondering van Mandela. Hij heeft een zwaar leven achter de rug, maar is met zo veel beschaving en overtuiging herrezen.'

Indië / IndonesiëNaar boven
In zijn ouderlijk huis maakte Wolkers kennis met verscheidene aspecten van Indië: zijn vader verkocht koloniale waar, er waren albums over Java en Indië in huis, zijn inwonende oom Hendrik was in Indië geweest en bracht de verzamelde werken van Multatuli mee. Na de oorlog wilde Wolkers weg uit Nederland en meldde hij zich aan om Indië te bevrijden van de Japanners. Hij werd afgekeurd, maar zijn vriend Wim en zijn broer Han gingen wel. Op hun verhalen is een deel van De walgvogel (1974) en van De kus (1977) gebaseerd.
De walgvogel is eigenlijk een noodlottige liefdesgeschiedenis tussen Griffioen en zijn jeugdliefde Lien, die echter met een officier trouwt. Deze officier gaat met Lien naar Indië. Griffioen wil haar volgen en wordt daarom, met zijn vriend, soldaat in Indië. Daar begint hij, tegen de achtergrond van de politionele acties, een verhouding met haar. Ze ontmoeten elkaar regelmatig in het geheim. Zoals wel meer romans van Wolkers, eindigt ook deze met gewelddadige dood. De roman valt uiteen in twee helften, de tweede helft speelt in Indië en in de eerste worden tal van motieven uit ‘Oegstgeest’ opnieuw gebruikt, maar anders gerangschikt en anders benadrukt. Zo wordt de eerder beschreven oom Hendrik hier tot een inspirerende hoofdfiguur.
De politionele acties spelen ook een belangrijke rol in De kus. Deze roman beschrijft in zeventien hoofdstukken een zeventiendaagse groepsreis door Indonesië. Elk hoofdstuk bevat vier elementen: tekening van het landschap, weergave van doen en laten van de reizigers, herinnering van de ik-figuur aan het verleden van en met zijn vriend Bob (hun jeugdvriendschap, Bobs schuldgevoel over deelname aan de politionele acties) en een beschrijving van de aftakeling van de eens zo sterke Bob. Tegen deze achtergrond tobt de ik-figuur over de intieme gevoelens die hij voor Bob heeft: het oudere broer / beste vriend thema dat in een aantal romans van Wolkers een hoofdrol speelt. De kus waarnaar de titel verwijst, valt in het begin van het boek, als de vrienden voor lange tijd afscheid van elkaar nemen.

AmsterdamNaar boven
Van 1950 tot 1981 heeft Jan Wolkers in Amsterdam gewoond. Een aantal van zijn romans speelt zich daar geheel of gedeeltelijk af: Een roos van vlees, Horrible tango, Turks fruit, De doodshoofdvlinder, De junival en De onverbiddelijke tijd. Veel van deze romans vertonen veel overeenkomsten in thematiek en er komt ook vaak ‘Oegstgeest’ in voor, maar ze zijn heel verschillend van vorm, inhoud en toon.
Horrible tango (1967) is een roman over de rivaliteit met een oudere broer en over een gedroomde seksuele rivaliteit om zijn vrouw tussen de hoofdfiguur en een Afrikaanse neger. Droom en daad zijn in deze roman moeilijk te onderscheiden. Opgespoten land en een opslagplaats voor oud papier in Amsterdam vormen een deel van het decor.
De hoofdfiguur van Turks fruit, een beeldend kunstenaar uit Amsterdam, verliest zijn vrouw twee keer. De eerste keer verlaat ze hem voor een ander en komt hij in een depressie terecht. Als later het contact is hersteld, kwijnt ze weg aan een hersentumor. Het eerste deel van de roman is rauw en humoristisch, het tweede deel tragisch en teder. Deze omslag wordt teweeggebracht door haar naderende dood.
De perzik van onsterfelijkheid heeft bij uitzondering een hoofdpersoon die niet lijkt op de auteur zelf. Het boek is een innerlijke monoloog van de Amsterdamse oud-verzetsstrijder Ben Ruwiel op één dag: bevrijdingsdag 5 mei 1980. De idealen waarvoor hij tussen 1940 en 1945 heeft gevochten, zijn nooit bewaarheid geworden. In het persoonlijke leven domineert aftakeling, ontgoocheling en eenzaamheid. De helden van weleer zijn oude sukkels geworden. Op deze dag ruimt de man zijn leven op: de bevrijdingsdag wordt ook zijn sterfdag.
Brandende liefde speelt zich af in een groot huis in de Amsterdamse Sarphatistraat, in een milieu van beeldend kunstenaars, musici en literatuurliefhebbers. De tragikomische roman is een ode aan twee wel zeer uiteenlopende vrouwen: de frikkige, norse en beheerste mademoiselle Bonnema, van wie de ik-figuur Franse les krijgt en die zijn hospita is en de uitdagende, aantrekkelijke vrouw van de violist die op de eerste verdieping woont. Een belangrijk leidmotief is de witte kan, die de ik-figuur, gemodelleerd naar de auteur zelf, gebruikt voor stillevens en later van mevrouw Bonnema erft.
Wolkers roman De onverbiddelijke tijd (1984) gaat over twee vrienden van tegen de zestig. In een eenzijdige briefwisseling haalt de Amsterdamse hoofdpersoon jeugdherinneringen op en vertelt hij over zijn huidige leven en het ouder worden. Ook doet hij enigszins onhandig aan stervensbegeleiding, want de vriend aan wie hij schrijft lijdt aan longkanker en is daarom vertrokken naar Amerika.

Deze overigens zo verschillende romans hebben de thema’s van seksualiteit, trouw en aftakeling gemeen.

De eilanden Rottumerplaat en TexelNaar boven
In 1971 publiceerde Wolkers een boek die geen fictie is. Groeten van Rottumerplaat het verslag van een week leven als kluizenaar op het kleinste waddeneiland. In de zomer van dat jaar verbleef Jan een week lang in z’n eentje op het onbewoonde eiland Rottumerplaat. Dagelijks deed hij van zijn ervaringen enthousiast verslag voor de VARA-radio. Van zijn verblijf hield hij een dagboek bij. Wolkers is zoals steeds nieuwsgierig naar elk aspect van de natuur: het verrukkelijke en het pijnlijke, het verhevene en het triviale, het levende en het dode.

Na dertig jaar in Amsterdam gewoond te hebben, verhuisde Jan in 1981 naar het eiland Texel, waar hij en Karina een prachtig landhuis betrokken, huize ‘Pomona’. In hetzelfde jaar werd de tweeling Bob en Tom geboren. Door tijdrovende opdrachten voor monumentaal werk, een nieuwe explosie van schilderijen en zeefdrukken en de opvoeding van de tweeling heeft Wolkers na 1984 geen nieuwe roman meer gepubliceerd, al heeft hij er verscheidene in voorbereiding. Wel is Wolkers begonnen aan voor hem nieuwe genres van kortere adem. In 1985 publiceerde hij 22 Sprookjes, verhalen en fabels (eerder te lezen in Vrij Nederland) en in 1991 Wat wij zien en horen (eerder verschenen in NRC Handelsblad). Dit laatste boek is een verslag van het leven van de tweeling door henzelf geïllustreerd en verteld, maar opgetekend door hun vader.

De roman Gifsla (1983) speelt zich af op één van de Waddeneilanden in de donkere dagen na Kertsmis in gezelschap van drie jonge vrouwen. Robert Dilling is de ouder wordende auteur van populaire, erotische detectives. Hij heeft te stellen met een verminderde potentie, die in scherpe tegenstelling staat tot zijn levendige en macabere erotische fantasie. Gulzigheid leidt ertoe dat Dilling op Nieuwjaarsochtend zal sterven.

AutobiografieNaar boven
Tien jaar na zijn debuut, toen hij zesenveertig was, verscheen Wolkers’ autobiografie Werkkleding (1971), als illustratie bij leven en werk, ook bij werk dat daarna nog zou verschijnen. Het bevat bovendien veel reacties op Wolkers’ werk en optreden tot dan toe. De meer dan vijfhonderd foto’s worden toegelicht door bijschriften, die vaak bestaan uit citaten uit eerder verschenen fictief werk. Als tegenhanger van Werkkleding is in 1996 verschenen Tijd bestaat niet, met bijna tweehonderdvijftig goed gedocumenteerde foto’s van 1925 tot 1996 en een groot aantal passende citaten uit het hele werk. Tijd bestaat niet beperkt zich tot Wolkers’ leven en werk en laat de receptie buiten beschouwing.

CriticiNaar boven
In de jaren tachtig / negentig oordeelden de literaire critici steeds minder positief over Wolkers’ werk, omdat de schrijver zich volgens hen niet vernieuwt. Dat zat Jan niet lekker: de meeste critici nemen volgens hem niet eens de tijd om zijn boeken goed te lezen, meent hij. Overigens had de negatieve kritiek geen invloed op zijn ‘productie’.
Jaap Goedegebuure noemde Wolkers in de Haagse Post een ‘literaire hulk’, Maarten ’t Hart schreef in NRC-Handelsblad dat Wolkers ‘de André van Duyn van de Nederlandse literatuur’ is en Wam de Moor had het in De Tijd over een ‘seksuele uitvreter’. Cyrille Offermans omschreef Wolkers als een ‘literaire branieschopper met de sleutelgatmentaliteit van een Henk van der Meijden’. Sitniakowsky noemde hem ‘een communistische multimiljonair’. Prominente literaire critici als Carel Peeters en Goedegebuure interpreteerden de macabare, erotische en wrede elementen als een hang naar goedkoop effectbejag. Hoewel ze veel respect toonden voor de vertellerskwaliteiten van Wolkers. Carel Peeters noemde Wolkers populistisch, Rob Schouten vond De Junival een bar sentimenteel boek en T. van Deel schreef dat Wolkers met Gifsla zich definitief had weggeschreven uit de regio van de nog serieus te noemen literatuur.
Wie dat voor zijn kiezen krijgt, vergeef je dat hij in zijn woede Maarten ’t Hart een ‘aftandse geit’ noemde. Nuis ‘oerdom en gemeen’, Carel Peeters een ‘pedant essayist’, De Moor een ‘moralist’ en Sitniakowsky ‘smerig’. Esteban López schrijft in Verstandig Ouderschap van november 1963 dat Wolkers ‘behaagziek is en met zichzelf te koop loopt.’
Toch zijn er critici die hem prijzen, zoals Albert van der Hoogte die sprak over ‘een fenomeen in het wereldje der Nederlandse letteren’. Kees Fens schreef dat Wolkers beschikt over een ‘groot stilistisch vermogen; zijn taalgebruik is van een grote directheid en doeltreffendheid en van een zekere ongegeneerdheid zelfs’.
Ben Bos naar aanleiding van Een roos van vlees over Wolkers: ‘Alles wat Wolkers vanuit zijn gedrevenheid in de bestaansvraag, tot beeld maakt wordt, voor mij althans, zo reëel geschapen dat het bijna aanraakbaar is in de eigen realiteit. Steeds laat zijn taal niet alleen zien maar ook voelen, waardoor het verhaal als met een injectienaald onder de huid wordt gespoten en zich verenigt met je eigen lichaam.’
W.L.M.E. van Leeuwen noemde hem een ras-schrijver. Of zoals Max Nord in 1962 in Het Parool schreef: ‘De verhalen van Serpentina’s Petticoat vielen niet alleen op door hun krachtige, trefzekere stijl, die een – voor een debutant – aanzienlijk ontwikkelde artistieke persoonlijkheid toonde, maar tegelijk door een bezetenheid, die de kracht zowel als de beperktheid van dit proza uitmaakt.’

OnderscheidingenNaar boven
In 1963 werd de bundel Serpentina’s petticoat onderscheiden met de literatuurprijs van de gemeente Amsterdam. Deze prijs stuurde de schrijver in 1966 echter weer terug uit protest tegen het hardhandige optreden van de politie bij de relletjes rond het huwelijk van Beatrix en Claus in Amsterdam.

In 1965 kreeg Jan de Belgische prijs voor het beste boek in het Nederlandse taalgebied toegekend; de prijs – een medaille - werd hij in oktober 1966 uitgereikt.
Grote opschudding veroorzaakte Wolkers toen hij in 1982 de Constantijn Huygensprijs weigerde. Niet lang daarna wees Wolkers ook zijn kandidaatstelling van de Publieksprijs van de CPNB van de hand: ‘Laten ze die prijs maar in hun reet steken.’ De officiële erkenning komt veel te laat, vond Wolkers. En hij bleef consequent, want de belangrijkste Nederlandse literaire onderscheiding, de P.C. Hooftprijs, die hem zeven jaar later werd toegekend, weigerde hij eveneens. Pas in 1991 streek hij zijn hand over zijn hart, toen hij de Conrad Busken Huetprijs kreeg voor zijn essaybundel Tarzan in Arles. Ten slotte wordt in 1996 door de gemeente Groningen de tweejaarlijkse Hendrik de Vries-prijs aan hem toegekend voor zijn dubbeltalent als schrijver en beeldhouwer.

In 1986 werd Jan Wolkers als schilder en beeldhouwer geëerd met een grote overzichtstentoonstelling in de Leidse Lakenhal, waar al zijn beeldend werk werd bijeengebracht. Tien jaar later, in 1996, stond vooral zijn lireraire werk centraal in de tentoonstelling Tijd bestaat niet in het Letterkundig Museum in Den Haag.
In mei t/m juli 2002 volgde nog een grote overzichtstentoonstelling van beeldend werk van Wolkers in het Cobra Museum voor Moderne Kunst te Amstelveen. De tentoonstelling werd georganiseerd naar aanleiding van het verschijnen van het boek Jan Wolkers. Voor het eerst – Jan is dan al 76 – verscheen er een groot, rijk met foto’s geïllustreerd boek waarin een goed overzicht wordt gegeven van praktisch het gehele oeuvre van Jan Wolkers als beeldend kunstenaar. De publicatie was tevens de catalogus bij de tentoonstelling; een toelichtende en documentaire aanvulling. Wolkers vertelt daarin over zijn beginjaren als beeldhouwer, over zijn studies bij Zadkine en Manzu en het dagelijks leven in zijn atelier.

EssaysNaar boven
In de jaren negentig kwam er een aantal aanstekelijke essaybundels uit: De drijfschaal van Van Gogh (1990), Tarzan in Arles (1991), Rembrandt in Rommeldam (1994), Icaris en de vliegende tering (1996) en Mondriaan op Mauritius (1997). Het zijn bundelingen van teksten van lezingen, beschouwingen en van publicaties in Vrij Nederland en NRC Handelsblad. Deze essays gaan evenzeer over Wolkers’ beleving van het onderwerp als over het onderwerp zelf. Ze behandelen meestal zaken die Wolkers al decennia lang interesseren: de bijbel, Multatuli, Edgar Allen Poe, Dylan Thomas, Herman Gorter, Marilyn Monroe, Johnny Weissmuller, Rembrandt, Van Gogh, Marten Toonder en kunst uit Nieuw-Guinea. In 1995 schreef Jan Wolkers het essay voor de Boekenweek Zwarte bevrijding. Vanzelfsprekend komt ook in deze essays veel ‘Oegstgeest’ voor. Begin 2002 publiceerde Wolkers de essaybundel De schuimspaan van de tijd – een unieke bundeling van vier eerder verschenen essaybundels. Gelijktijdig verscheen De weerspiegeling – zeven columns die Jan Wolkers in 2001 uitsprak in het VPRO-radioprogramma ‘Onvoltooid Verleden Tijd’.

SpecialsNaar boven
Onder de strijdkreet Bont is bij de beesten af kwamen 20 kunstenaars in 1989 in het geweer tegen de handel in bont. Ze vervaardigen zeefdrukken die - aangebracht op T-shirts - werden getoond op een gala in een Amsterdamse disco. Tot de deelnemende kunstenaars behoorden Anton Heijboer, Charlotte Mutsaerts, Aat Velthoen, Co Westerik en Jan Wolkers. Jan: 'Ik heb voor die actie een tableau gemaakt van gevilde dieren, in rood met een zwarte rand er omheen'. Jan is niet mordicus tegen de bontmantel.

Wolkers publiceerde ook nog enkele speciale uitgaven, zoals in 1999 De spiegel van Rembrandt, een fascinerend verhaal over Rembrandt, over Jan Wolkers en over het kijken naar jezelf en naar anderen.

Voor het Teylers Museum in Haarlem mocht hij Teylers Agenda 2000 Wandelen in dromen helemaal zelf samenstellen.

Tijdens zijn vijfenzeventigste verjaardag in oktober 2000 verscheen zijn eerste gedichtenbundel De jaargetijden – vier gedichten over de lente, zomer, herfst en winter.

Recent werkNaar boven
Zijn beeldend werk trekt de laatste jaren de meeste aandacht. Daar tussendoor schreef hij alleen nog maar korte stukken: tijd voor werk van langere adem heeft hij niet.
Wolkers’ meest recente publicatie zijn Omringd door zee, Wintervitrines en De achtertuin.
Omringd door zee (1999) bevat een aantal gesproken radiocolumns, die vooral over Texel van de vroege jaren zeventig gaan, toen Jan en Karina nog niet op het eiland woonden.
Wintervitrines (2003) is de eerste grote bundeling van poëzie. Afgezien van het werk uit Jaargetijden zijn de gedichten niet eerder in boekvorm verschenen. Het bevat gedichten die gaan over de natuur en jaargetijden. In de bundel verhaalt Wolkers over de (on)zichtbare veranderingen die zich voltrekken in de flora en fauna. Behalve de natuur, behelst de bundel ook bijdragen over God, Manhattan, de herinnering en de dood. In de bundel zijn vier schilderijen van Wolkers afgedrukt.
De achtertuin (2003) bevat twintig kleine verhalen over de natuur, in kleur geïllustreerd met aquarellen van Bob en Tom Wolkers.

In 2002 ging Jan Wolkers op ontdekkingstocht in zijn eigen tuin. Als hij in de VPRO-serie Villa Achterwerk vertelt over de natuur wordt wat gewoon is bijzonder, wat klein is groot en wat lelijk is mooi. Eind 2003 verscheen de DVD De achtertuin van Jan Wolkers, die naast de DVD een mooi geïllustreerd boekwerkje omvat, waarin alle 25 originele filmbeelden van De achtertuin van Jan Wolkers uit de bekroonde VPRO-jeugdserie van Machteld van Gelder, nog eens kort worden ingeleid.

 © 2002-2017 Wolkers' fragmenten. Alle rechten voorbehouden.